Big city. Dat is de beste beschrijving voor onze nieuwe standplaats in de Filipijnen. Manilla is een gigantische stad of beter gezegd, metropool. Zestien steden vormen samen Metro Manilla, waar miljoenen mensen wonen en werken. De steden zijn met elkaar verbonden door de EDSA, de 5-baans weg met vele fly-overs, die iemand grappend meer een ‘parking lane’ dan een snelweg noemde. Het bruisende leven hier valt nooit stil, het geronk en getoeter van auto’s evenmin. Het centrum van de metropool is het meest dichtbevolkte stuk land op de wereld. Huizen in allerlei kleuren, winkeltjes aan de straatkant waar sigaretten, chips, eieren en nootjes worden verkocht. Of waar je voor 50 pesos (ca. 1 euro) wat kan eten. Ondertussen rijden er taxi’s langs, maar ook tricycles en natuurlijk jeepneys, de Amerikaanse jeeps die werden achtergelaten na WOII en werden versierd met veel kleur en chroom. Als ik door een van de zakendistricten van de stad loop, waan ik me in New York. De shopping malls en Starbucks zijn nooit ver weg. Elders bedelen straatkinderen bij de uitgang van de Jollibee (de Filipijnse MacDonalds) en wonen mensen in de berm langs de EDSA of in golfplaten hutten langs de rivier. Wolkenkrabbers en sloppenwijken, big business en diepe armoede. Grote stad. Grote contrasten.





