Wat is jouw tempo?
Ik ben meestal snel. Te snel. In praten, in denken, in lopen. Ik had me eens voorgenomen om voor de tien stappen tussen mijn spreekkamer en de wachtkamer rustig de tijd te nemen, ongeacht het aantal minuten dat mijn spreekuur uitliep. Het lukte me vaker niet dan wel. Het was meestal pas op het moment dat ik een oudere patiënt die slecht ter been was voor wilde laten gaan, dat ik me realiseerde hoe ik aan het rennen was.
Lopen door mul zand in de brandende zon. Dan vertraag je vanzelf. En niet alleen het lijf, maar ook het denken ging langzamer. Wat daarbij hielp is dat we werden gevraagd onze smartphones uit te zetten. Voor negen dagen geen ‘extended minds’ die je met zo’n snelheid van informatie voorzien dat het mij soms duizelt.
Het was een verademing. En een luxe. Want ik schrijf dit terwijl ik weet dat er mensen zijn die het zich simpelweg niet kunnen veroorloven het wat rustiger aan te doen. Ook ziekte of beperkingen kunnen er voor zorgen dat je je tempo moet aanpassen, ongeacht de hoeveelheid wilskracht die je er tegenover zet.
Wat deze ervaring mij heeft opgeleverd? Het besef dat vertragen veel meer is dan een middel om daarna nog efficiënter aan de slag te kunnen. Dat het in plaats daarvan een noodzaak voor me is. Om niet alleen mezelf, maar ook anderen niet uit het oog te verliezen.
Afgelopen januari vierde de UvH haar 30e Dies Natalis met als thema “The Art of Listening and Deaccelerating our Way of Life”. Ik kon er helaas niet bij zijn (te druk met andere dingen!), maar de lezenswaardige keynote van journaliste Sheila Sitalsing is hier terug te vinden.