“Wat leuk! Je eerste operatie!” De mevrouw met de witte jas keek me van achter haar bureau met een grote glimlach aan. Ik knipperde met mijn ogen. In een split-second zag ik het tafereel voor me. De verdoving, het intuberen, het afdekken, de eerste snee. Leuk? Zei ze dat nou echt? Nee, helemaal niet leuk. Want de persoon die op de operatietafel terecht zou komen, dat was ik.
Hoe het voelt om aan de ‘verkeerde’ kant van het bureau te zitten, de kant van de patiënt? Ik leerde het pas toen ik er zelf een keer terecht kwam. En ik was verbaasd, of beter gezegd ontdaan, over wat ik er tegenkwam.
De onzekerheid. Het vertrouwen in je lijf dat plots wegvalt. Hoe snel het allemaal gaat, hoe lastig het is om keuzes te maken. Hoe een kleine prik plots je grootste angstgegner kan worden. Hoe weinig controle je hebt als je in een bed door eindeloze gangen wordt gereden. En dat er dokters zijn met meer of minder gevoel voor jouw kant van het verhaal.
Het heeft mij een andere arts gemaakt. Althans, dat hoop ik. En het heeft veel vragen bij me opgeroepen. Kan je jonge dokters iets leren over hoe het voelt om patiënt te zijn? Is het nodig? En moeten we het willen, of maken we het vak dan alleen maar zwaarder dan het al is?
Nee, allerminst leuk, zo’n operatie. Maar het gaf mij wel stof tot nadenken. Dus wordt vervolgd.