“Koningsdag?” “Hmm. Mooi feest, zeker, maar heeft niet ieder land zo zijn nationale feestdag?” “De Nederlandse keuken?” “Nou vooruit, onze kaas misschien.” “Vermeer en Rembrandt?” “Ja daar kunnen we wel trots op zijn.” “Onze vrijheid van meningsuiting!” “Goed punt. Het fundament van onze democratie en een van onze grootste verworvenheden. Maar ook wel lastig hoor. Volgens mij worden we juist in het buitenland nogal eens voor grenzeloos en respectloos aangezien.”
Waar kunnen we als Nederlanders trots op zijn? Wat is er van ons land het waard om elders te verspreiden? Het is een vraag die ik me niet zo vaak stel, maar die nu we koningsdag hebben gevierd in een ander werelddeel wel bij ons opkomt. Mijn man en ik hebben er een levendig gesprek over en zijn er niet meteen over uit. Misschien is er ook niet één antwoord.
Maar in de loop van de week borrelt er toch iets naar boven. We lezen in de kranten over de op handen zijnde verkiezingen in de Filipijnen en de schaduwkanten daarvan. We horen over de risico’s waar journalisten en ook milieu-activisten hier mee te maken hebben.
Een vreedzame dialoog kunnen houden. Het zoeken naar consensus, ook als de belangen tegenstrijdig zijn en de verschillen tussen de partijen groot. Alle partijen een stem geven. Het Nederlandse poldermodel. Is dat misschien ons beste exportproduct? In ieder geval iets om te koesteren en zuinig op te zijn, lijkt me. Want hoe meer we ondergedompeld raken in een wereld die heel anders is dan Nederland, hoe meer we zien hoe kostbaar deze Nederlandse traditie eigenlijk is.
Hoe houd je verbinding met mensen in een ander land ook als je het niet altijd (of soms zelfs helemaal niet) met elkaar eens bent? Een mooi voorbeeld wordt gegeven door Reneé Jones-Bos, Nederlandse ambassadrice in Rusland, in deze aflevering van ‘Floortje en de Ambassadeurs’.