Ga ik alleen interviews doen? Of ga ik de mensen ook observeren, op hun werkplek of thuis? Focus ik me alleen op het verhaal van degene die ik interview? Of ook op de ruimte waar het verhaal verteld wordt, de tijd, de context? Voor mijn promotieonderzoek ben ik me aan het verdiepen in allerlei methodes van kwalitatief onderzoek. Het grappige is: het brengt me helemaal terug naar mijn eerste ervaringen als huisarts in opleiding. En het doet me weer realiseren waarom ik de sociale visites van de huisarts heel waardevol vind.
Diepte-interviews zijn toch wel de ‘signature method’ van kwalitatief onderzoek. Net zoals de anamnese dat is in de spreekkamer. Maar naast ‘luister‘ was ‘kijk, ruik, proef, voel‘ het adagium van mijn eerste huisartsopleider. Want er was zoveel meer te ontdekken dan wat de patiënt in woorden vertelde.
Zoals de specifieke geur van een wond op het been geïnfecteerd met de pseudomonas bacterie. De mierzoete thee geserveerd door de meneer met suikerziekte die je maar niet ingesteld krijgt op medicatie. Of de kranten uit 1990 die je onderaan de grote stapels ontdekt tijdens een huisbezoek, terwijl meneer je vertelt dat hij ‘pas nog’ alles heeft opgeruimd.
Ook de sociale visite bij alleenstaande ouderen was niet alleen voor een gezellig praatje. Lukt het nog koffie te zetten, de trap op te gaan? Vers of beschimmeld eten in de koelkast? De aanwezige of juist ontbrekende familiefoto’s op de kast. “Wie komt er zo nu en dan bij u langs?” Het jaren-40 interieur dat bevroren lijkt te zijn in de tijd. “Hoe zou het voor u zijn als u dit huis na al die jaren zou moeten verlaten?”
Binnenkijken bij de mensen thuis en daarmee in hun wereld. Ik vind het een van de mooiste kanten van het huisartsenvak. En ontzettend waardevol als je patiënten beter wilt leren kennen en de zorg meer op hen af wilt stemmen. Misschien ligt daar ook wel de sleutel tot die moeilijke gesprekken, over wat belangrijk is als het leven op zijn eind loopt.
En voor mijn onderzoek? Ik kan maar één conclusie trekken: die observaties zijn onmisbaar.