Shuka mankia. Zikersahan. Mes’af. Brrabrro. Wuha. Dabo. Ant, hulet, sost. ‘Deuheuna adorachihu?’ ‘Egziabiher yimesgem’. Aleny, yelenyeum. Neny, eydelehum.*
Badend in het zweet word ik wakker. Amhaarse woorden, overpeinzingen uit mijn onderzoek en beelden van plunderingen (Was het Ethiopië? Was het Nederland?) tuimelen over elkaar heen in mijn dromen.
Mijn brein draait overuren sinds we begonnen zijn met taallessen. We krijgen eindeloze reeksen plaatjes voorgelegd en leren welke woorden, geluiden, uitdrukkingen erbij horen.
Als kleine kinderen die voor het eerst leren spreken. ‘Doro’ (kip). ‘Zmmp’ (vlieg). En met de taal stappen we ook stukje bij beetje meer de cultuur in.
Intussen probeer ik -als onderzoeker opgegroeid in de taal van de bèta-wetenschappen- me ook de taal en cultuur van de alfa-wetenschappen steeds beter eigen te maken. Blijkt ook geen sincecure.
De blijdschap van de mensen die merken dat je hun taal spreekt (of beter gezegd, probeert te spreken) is aanstekelijk. Dus ik ga rustig verder met het Amhaars. Ben ik er dan voor heel Ethiopië als ik de basis daarvan beheers?
Nee helaas. We hoeven Addis maar uit te rijden op de fiets en kinderen begroeten ons in het Oromo, een van de vier andere ‘grote’ talen. En daarnaast zijn er nog een stuk of 80 regionale talen. Nog even te gaan dus…
Kas be kas enkulal beigr teeyidalih…**
Deuheuna wal/waayi/wallu/yiwullu!***
* Lezen en schrijven in het Amhaarse schrift volgt pas later in het programma. Dus dit is de fonetische vertaling van: Vork. Bord. Boek. Vlinder. Water. Brood. Een, twee, drie. ‘Hoe gaat het met jullie?’ ‘God zij dank’ (=het standaard antwoord op een begroeting). Ik heb, ik heb geen… . Ik ben, ik ben niet.
** Stapje voor stapje leert het ei te lopen (Amhaars spreekwoord)
*** Ik wens jou(m)/jou(v)/jullie/u een goede dag!