stil

Er was even radiostilte van mijn kant. Niet dat er niets gebeurde in Ethiopië. Integendeel. Maar een noodzakelijk bezoek aan Nederland in deze tijden bleek een heuse escape-room-challenge. Tot de dag van vertrek was het spannend of we op tijd de juiste papieren met de juiste gegevens zouden hebben om weg te kunnen.

Inmiddels zijn we veilig geland op Hollandse bodem. Aangekomen via het besneeuwde België. Ik kreeg even het gevoel op een kerstmarkt te zijn beland, door de versierde kraampjes met warme choco en glühwein in ons idyllische straatje. Dat is de blik van de nieuwkomer, uiteraard. Voor wie al maanden in de lockdown-winter zit en zijn horecazaak met moeite overeind houdt, is er weinig idyllisch aan.

Het contrast met Addis Abeba is enorm, in alle mogelijke opzichten. Maar het meest opvallende verschil als ik zo in mijn huis zit? De stilte. Geen luid gebrom van de diesel-generator die voor elektriciteit zorgt als de netstroom weer eens uitvalt. Niet het rammelen en ronken van oude auto’s op onverharde wegen. Geen gekraak en gepiep van golfplaten die worden bewogen door de wind. Geen geblaat van schapen midden in de stad. Geen geblaf en gejank van straathonden. Geen geschreeuw van verkopers, vrolijk geklets, gezoem van stemmen op straat.

Erg stil dus. Ik slaap er prima door, dat wel. Maar volgens mij snakt Nederland niet alleen naar de lente, maar ook naar reuring. Naar een beetje meer lawaai. En vooral, meer leven.