Mijn hoofd is er vol van. Het kruipt onder m’n huid en houd me wakker. De lading voelen, de verhalen horen en lezen, en niets kunnen doen.
De verschrikkingen waarmee met name de vrouwen en kinderen in Noord-Ethiopië te maken hebben. De strijd die echt nog niet voorbij is. De vraag of het overslaat naar de rest van het land. Nieuwsberichten die elkaar tegenspreken. Een stroom negatieve berichten uit het Westen over de recente verkiezingen. Ethiopiërs hier die -ondanks de reële problemen en tekortkomingen- ook positieve veranderingen zien. Geopolitieke belangen (bijv. m.b.t. de GERD) die zich vermengen met humanitaire motieven. Wantrouwen tegen ‘hen van buiten’. Lokale en internationale hulpverleners die niet, nooit, meer thuiskomen na een missie. Vrouwen en kinderen in anderen delen van Ethiopië die net zo in de knel zitten, maar niemand hebben die voor hen aan de bel trekt. Iets op papier willen zetten over dit alles, maar niet willen bijdragen aan een beeld van Ethiopië met alleen maar ellende. Er is ook hoop, er zijn ook kansen. ‘Peace and bread, that is the only thing we need’ zegt onze vaste taxi-chauffeur.
In Addis gaat het leven door, zij het met veel politie op straat. Ik doe mijn boodschappen, drink een kop koffie, werk aan mijn PhD (het heeft iets weg van een continue cultuurshock om aan het thema euthanasie te werken in deze omstandigheden). En ik oefen trouw mijn Amhaars. In de hoop dat op die paar vierkante kilometer waar mijn leven zich afspeelt, m’n buren en ik elkaar in ieder geval begrijpen.
Selam! Vrede!
De foto bovenaan deze blog is genomen in Dorze, een dorp in de bergen in het zuiden van Ethiopië. Een prachtige plek, met prachtige mensen, die niet kunnen wachten tot het conflict én covid op retour zijn, zodat het toerisme hen weer iets aan inkomsten zal opleveren.