hoop

Gespannen rust. Dat was de beste beschrijving van de situatie in de hoofdstad die ik afgelopen week langs hoorde komen. Gespannen door alle heftige verhalen die binnenkomen over wat er elders in de stad en het land gebeurt. En niemand die kan voorspellen wat er morgen komt. Rustig omdat het gewone leven ook doorgaat. Er wordt gewerkt, gekocht, gegeten. Gelachen en gehuild.

Waarom zijn jullie nog niet weg? Safety first toch? Het is niet zo simpel. De situatie is minder eenduidig dan in de internationale media wordt voorgesteld. Weggaan betekent dat de continuïteit van projecten in gevaar komt, terwijl het aantal mensen in nood alleen maar in een rap tempo toeneemt. Weggaan betekent ook vele vrienden en lokale collega’s achterlaten, die nergens anders heen kunnen, hoe onveilig het ook wordt. Ongemakkelijke morele en ook politieke keuzes.

Veiligheid, werk, verbondenheid met de plaats, met de mensen. Bevriende expats met kleine kinderen maken andere afwegingen dan bevriende missionarissen die al decennia hier leven. Wij zelf wachten op instructies van onze organisatie, die van dag tot dag bekijkt wat wijsheid is. Met het vermoeden dat we toch tijdelijk terug naar Nederland moeten. Maar ook met hoop snel weer terug te keren naar het land dat we inmiddels in ons hart gesloten hebben.

Jonge jongens die op zondag wasdag met kleurrijke plastic zakken naar het bos trekken, om in de beekjes hun kleren te schrobben en daarna te laten drogen op het gras. Enthousiaste partijen voetbal op 3100 meter hoogte waarbij de spelers met stukgelopen schoenen zich even Messi of van Dijk wanen. Kleuters die gillen van blijdschap als ze bellenblaas mogen uitproberen en met glinsterende ogen de bellen de lucht in zien gaan. Het graan wat hoog opgeschoten is net na de regentijd. De zon die zich volop laat zien. En de bloemen die in bloei staan, het is immers lente.