levendige herinnering

Wie wat bewaart, heeft wat. Dat geldt ook voor blogs die wel geschreven, maar niet gedeeld werden. Zo vond ik in mijn digitale archief een beschrijving van Arba Minch (’40 bronnen’) in het zuiden van Ethiopië. Een jaar geleden waren we daar, het voelt als gister. Bij deze deel ik ‘m alsnog.

Er zijn dingen die je niet in een foto (of twee) kunt vangen. Omdat het leven zoveel meer omvat dan beelden. En omdat het beweegt, verandert, continu.

Ook wij zijn weer bewogen, een beetje veranderd van binnen, na een dag op het meer (lees: geïmproviseerde haven, gammele bootjes – oh die van ons is gelukkig iets beter – grote krokodillen, donkere wolken) en daarna een autorit terug naar de stad.

Mannen en vrouwen komen tevoorschijn uit de bananenplantages aan weerszijden van de weg, trossen bananen en grote kapmessen in de hand. Twee tienerjongens op versleten sandalen drijven een kudde koeien over de weg voort, een tak in de hand, grasspriet in de mond. Het geslof van de koeien over de weg, af en toe geloei. De luid toeterende groene bus die ertussendoor slingert, het dak afgeladen met zakken, manden, levende kippen en een enkel schaap. Flarden van muziek afkomstig uit een radio. De zon die weer doorbreekt, de vochtige hitte.

De brug, het bruinige water van de rivier waar kleren, auto’s en blote lijven in worden gewassen. De vrouwen (ja altijd vrouwen) die gebukt onder het gewicht van een stapel brandhout op de rug door de berm lopen, stap voor stap heuvelopwaarts – ook met de auto zijn we nog lang onderweg, zouden we niet iemand moeten meenemen? De vele blauw-witte tuktuk’s de straten beginnen te kleuren als we bij de stad komen. Taxi?! Taxi?! Het gebrom van oude benzinemotortjes als ze bergop gaan, het zoeven bij de gang naar de benedenstad. Het slingeren om de gaten in de weg te ontwijken, het gehobbel en gerammel als dat niet lukt.

En dan alles wat er gebeurt op de gehavende, stoffige stoepen – we zijn er inmiddels zo mee vertrouwd dat Nederlandse straten stil en levenloos aandoen. Een stel kleuters met versleten kleren en grote pretogen die de voorbijgangers nieuwsgierig nakijken. Tafelvoetbaltafels onder afdakjes van blauw zeil, nog net niet op elke straathoek, met enthousiaste tieners en pubers die opgaan in hun spel.

Grote, dampende pannen op kleine vuurtjes, koffie die wordt uitgeschonken in kleine cafeetjes, twee mannen gebogen over hun dambord. Stalletjes met opgestapeld fruit, tomaten en zakken bonen. Kleedjes met bieten, aardappels en uien. Of met witte sjaals en omslagdoeken met kleurrijke randen. Mensen in hetzelfde wit onderweg naar hun gebedshuis, het monotone gezang van de orthodoxe kerk (welke feestdag zou het vandaag zijn?), de uitgestrekte handen van bedelaars.

Een brutale aap (letterlijk) met een papaja onder de arm, op de vlucht voor de met stenen gooiende ober van het restaurant om de hoek. En de roofvogels die maar cirkelen, hoger en hoger, voortgestuwd door de warme, tropische lucht.