Tegenwoordig moet je vaak zelf inchecken, bij zo’n zuil. Je scant je paspoort en dan rolt er een ticket uit met je naam, waar je moet zijn en hoe laat. Eerst langs de scanners, dan naar D6.
Of ze nu hypermodern zijn, of oud en stoffig: deze plekken voelen toch overal op de wereld een beetje hetzelfde aan. De hoge plafonds, de witte muren, het felle tl-licht. Het geroezemoes van stemmen. Echoënde snelle voetstappen en langzaam geschuifel. De schermen met informatie, het nieuws, het weerbericht. De vele deuren waarvan alleen het grondpersoneel met een pasje weet wat erachter schuil gaat.
Het is een gekke plek ook, als je er wat meer over nadenkt. Want er wordt gewerkt, gelachen, gehuild. Gegeten, gekocht, geslapen, gespeeld. Er wordt onthaald en afscheid genomen, soms voorgoed. Maar niemand wóónt er. Iedereen is er in transit.
De ervaren reizigers haal je er zou uit. Je ziet het aan de handige spullen die ze bij zich hebben, de karretjes en tasjes. Je herkent ze ook aan een zekere gelatenheid. Ze laten zich niet opwinden door wéér een vertraging of wijziging. Ze halen nog een kopje koffie, lezen een krantje, luisteren wat muziek, en wachten op wat komt.
Ik word opgeschud uit mijn overpeinzingen. Het is mijn beurt om door de scanner te gaan. Daarna nog de andere controles. Dan weer wachten, op de harde plastic stoeltjes. Gelukkig zit ik hier niet alleen. We gniffelen samen om de verhalen die zonder enige gêne door andere wachtenden worden verteld. Interessante mix van mensen hier, jong en oud, alle lagen van de bevolking.
We delen ook onze twijfel en onzekerheid. Zitten we hier wel goed? Hoe lang duurt het nog? Hebben we een omroepbericht gemist? Een alleraardigste mevrouw achter de balie zegt ons nog even geduld te hebben. Ik krijg de indruk dat ze de bestemming wel uit de brochures kent, maar de reis nog nooit heeft gemaakt.
Dan is het onze beurt. ‘Kom verder, ga zitten’, krijgen we te horen. ‘Waar gaat het heen, dokter?’ vraag ik. ‘Lastig te zeggen, dat weten we nog niet precies. Maar het kan best een turbulente vlucht worden.’ Ik zeg ok en knik. Met zowel angst, nieuwsgierigheid als vertrouwen omvat in dat ene knikje. Want wij zijn inmiddels ervaren reizigers. En voor ons liggen slechts werelden die we nog niet hebben verkend.